een lui meisje lummelt wat rond terwijl een bezem, een naald en een kachel vanzelf werken

Slovenië · gezongen in het Sloveens

Lenka

“Lenka” is een uitgelaten kindergedicht van de grote Sloveense dichter Oton Župančič (uit zijn bundel “Mehurčki”) over een lui meisje voor wie alles vanzelf gaat: de bezem veegt, de naald naait, en zelfs het gebraad braadt zichzelf en kondigt zich luidkeels aan.

▶ Bekijk op YouTube

Opent een YouTube-zoekopdracht naar dit liedje in een nieuw tabblad — er speelt niets af op deze pagina.

Songtekst

Lenka se šeta – metla pometa; Lenka počiva – igla ji šiva; Lenka pred duri – peč se zakuri, a kokotiček skoči v lončiček, leže v ponvico, dvigne glavico: »Lenčica, Lenka, kikiriki! Sem že pečenka, jest se mudi!«

#

Nederlandse vertaling

Lenka gaat wandelen — de bezem veegt vanzelf; Lenka rust wat uit — de naald naait voor haar; Lenka staat in de deur — de kachel steekt zichzelf aan, en een haantje springt in het potje, gaat in de pan liggen, tilt zijn kopje op: “Luie kleine Lenka, kukeleku! Ik ben al gebraden, het eten kan niet wachten!”

#

Lenka in het kort

Land van herkomst
🇸🇮 Slovenië
Gezongen in
Sloveens
Tekst van
Oton Župančič
Eerste vermelding
van Oton Župančič (bundel “Mehurčki”)
Geschikt voor leeftijd
2–7
Stemming
speels, traditioneel
Laatst bijgewerkt
27 augustus 2026

Betekenis en herkomst

Dit is een van de meest geliefde gedichten uit de Sloveense kindertijd, en het komt niet uit een anonieme volkstraditie maar van een groot dichter: Oton Župančič (1878-1949), uit zijn geroemde bundel kinderverzen Mehurčki (“Belletjes”). De heldin is Lenka — haar naam komt van len, “lui” — en de grap is dat ze nooit iets hoeft te doen, want in haar betoverde wereld gaat alles vanzelf. Zij wandelt, en de bezem veegt; zij rust, en de naald naait; zij staat in de deur, en de kachel steekt zichzelf aan.

Het gedicht bouwt op naar een heerlijk dwaze climax: een haantje springt doodleuk in het potje, gaat in de pan liggen, tilt zijn kop op en kraait haar toe — kukeleku, ik ben al gebraden, het eten kan niet wachten! — en daarom is de clou een hanenkraai. Het is tegelijk een plagerij over luiheid en de perfecte dagdroom van een kind: een wereld die zo behulpzaam is dat nietsdoen wordt beloond in plaats van bestraft. Župančičs lichte, muzikale toets maakt van dat kleine verzinsel iets wat kinderen al generaties lang met plezier opzeggen.

Veelgestelde vragen

Waar gaat “Lenka” over?
Over een heerlijk lui meisje. Haar naam komt van _len_ (“lui”), en in het gedicht steekt ze nooit een vinger uit — want alles gaat vanzelf: zij wandelt en de bezem veegt, zij rust en de naald naait, zij staat in de deur en de kachel steekt zichzelf aan. Aan het eind springt zelfs een haantje in het potje, gaat in de pan liggen, tilt zijn kop op en kraait dat het al gebraden is en dat het eten niet kan wachten.
Wie heeft “Lenka” geschreven?
Het gedicht is van Oton Župančič (1878-1949), een van de grootste Sloveense dichters, en komt uit zijn beroemde bundel kinderverzen “Mehurčki” (“Belletjes”). Generaties Sloveense kinderen zijn ermee opgegroeid en dragen het uit het hoofd voor.
Drijft “Lenka” de spot met luiheid?
Zachtjes en met veel plezier, ja. Het gedicht denkt luiheid door tot haar sprookjesachtige uiterste — een wereld die zo behulpzaam is dat een lui meisje helemaal niets hoeft te doen — en dat is tegelijk een plagerij en een kinderdroom die uitkomt.

Bronnen